Beluister deze pagina met proReader

Speerpunten

Overkoepelende analyse van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland

Flevoland is nog volop bezig met zijn transformatie. Eigenlijk meerdere transformaties:

  • Van agrarisch gerichte provincie naar een diversiteit aan economische bronnen.
  • Van een bedachte grootschalige planning naar een planning die veel meer afhankelijk is van de behoeften van de verschillende groepen gebruikers en die dus veel minder bedacht is.  Er wordt minder gestuurd en meer ingespeeld op waargenomen kansen.
  • Van een strikt gescheiden opbouw, stad vol  en land leeg, naar een meer geïntegreerd gebied met vloeiende overgangen en plezierige intermezzo’s.


Opvallend is dat zoveel gemeenten en plaatsen in Flevoland nog steeds zo zoekend zijn. Zoekend naar eigenheid, eigen identiteit, maar ook zoekend naar wat zij naar buiten willen uitstralen. Er liggen nog veel keuzes open , er bestaat een neiging om ook zoveel mogelijk keuzes zo lang mogelijk open te houden. Een belangrijke reden is de verschuiving binnen Flevoland van landbouwgerichte provincie naar  economisch veelzijdige provincie, die verhindert dat  plaatsen zich “settelen”.

Ook de voortdurende groei van de bevolking, weliswaar grotendeels van buitenaf opgelegd maar constant aanwezig, legt de nadruk op verandering in plaats van verankering.


De grootschalige indeling

De drie genoemde transformaties hangen samen. Veel keuzes op hoofdlijnen in Flevoland zijn bij het ontwerp van de invulling van de polder  bedacht. Uitgaande van de toen geldende benaderingen: we plannen de plekken voor steden en dorpen en vervolgens leggen we er de verbindingen naar toe. Leidend waren wonen en werken, en de benodigde voorzieningen.


De maatschappij is inmiddels verder gegaan, en is totaal veranderd.

Enkele voorbeelden:

  • naast de maakindustrieën is de dienstensector enorm opgekomen.
  • De agrarische sector is relatief in betekenis fors afgenomen. En veranderd, meer fabrieksmatig maar ook duurzamer.
  • Toerisme en recreatie zijn juist fors in betekenis toegenomen, buiten maar zeker ook binnen de steden.
  • De mobiliteit is enorm toegenomen.
  • Mannen en vrouwen werken nu vaak allebei.
  • De woningnood is relatief sterk verminderd.
  • Mensen kiezen hun woningen en woonplaats om heel andere redenen dan vroeger.


De oude structuur was optimaal bedacht voor de destijds op te lossen problemen.  Veel landbouw die optimaal moest kunnen presteren zonder storende plattelandsbebouwing, compacte plaatsen als optimale plekken voor de voorzieningen.

Stel dat Flevoland nu pas werd opgeleverd, leeg en wel. Welke keuzes zouden we dan maken?


  • Almere zou er zeker komen, als overloop van de Randstad, maar de kern zou dan vooral op een plek liggen die kansen biedt voor recreatie, langs het water. Dan maar minder alzijdig te ontsluiten, maar met veel zwaardere vervoersassen. Het zou wel meerkernig zijn, maar heel anders van opzet. Het achterland van Almere zou waarschijnlijk een veel opener bebouwing kennen, waarbij de vrije busbaan samen met autoroutes toch zorgen voor een snelle verbinding tussen de stadskernen.
  • Lelystad zou veel meer aan de kust liggen, als interessante haven tijdens de oversteek van Amsterdam  richting Friesland. Het zou wel kleiner zijn.
  • Waar nu Kamperhoek ligt zou een groot overslagpunt liggen voor containers, komend vanaf de IJssel en verder te verdelen richting Randstad ( deels per water, deels per spoor, deels via de A6) en het Noorden of het zeegat uit.
  • Dronten zou aan de kust liggen, tegenover Elburg. Strand op het zuiden, een goede relatie met de recreatieparken langs de oostrand, via het spoor naar Lelystad of Kampen.
  • Zeewolde zou liggen waar het ligt. Maar een tweede kern zou bij de brug naar Nijkerk liggen.
  • In de Noordoostpolder zou Emmeloord op dezelfde plek liggen, de kruising van de A6 met de A50, maar met een andere waterstaatkundige opzet. Emmeloord zou ook op de waterroute liggen van Urk naar Blokzijl.
  • En er zou een randmeer zijn.
  • De dorpen in de Noordoostpolder zouden veel minder in aantal zijn, maar op betere locaties:  niet ver van Lemmer langs de A6, langs het randmeer waar de polderwegen het oude land opgaan, waar de A50 de Noordoostpolder verlaat, Schokkerhaven.
  • Door de hele provincie zouden minimaal de huidige grote groengebieden aanwezig zijn.

De leidraad gebruikt bij deze keuzes zijn de verbindingen en knooppunten ervan, ligging aan het water, en mogelijke kansen voor toerisme en recreatie. Nadrukkelijk tellen daarbij de verbindingen naar en van buiten de provincie mee. ( Uitgegaan is van de aanwezige ontsluitingen van buitenaf, en daar logisch uit volgend de huidige wegstructuur: A6, A27,A50. Maar misschien zou ook de infrastructuur anders hebben gelopen?)


Opvallend is de manier waarop de plaatsen in Flevoland als het ware kruipen naar de meer geschikte locaties!


De ruimte voor oplossingen


Het grootste goed van Flevoland is de huidige ruimte. Dat is wel bijna allemaal boerenland of natuur! Toch liggen daar de kansen voor ontwikkeling van Flevoland, veel meer dan in de toch behoorlijk dichtbebouwde steden.


Er is een dogma dat hier behandeld moet worden: dat compact bouwen en de omgeving open laten de beste keuze is. Het is alleen de financieel beste keuze.  Het compact bouwen in de steden vermindert de flexibiliteit van de stad ( onder andere omdat er maar weinig gebouwen zo oud en slecht zijn dat sloop zinvol is ), en is slecht voor de beleving en de gezondheid van de stadsbewoners.  Ook is het niet wat bewoners vragen: de meest gevraagde woonvormen zijn appartementen in een omgeving met veel voorzieningen ( stadshart ) of juist ruim wonen aan de rand van de stad. De huidige bouwtrend van steeds grotere huizen op steeds kleinere stukken grond in een steeds minder groene omgeving is daarmee in strijd.


De mobiliteit is veranderd. Zelfs binnen de stad brengen de ouders de kinderen met de auto naar school! Het draagvlak voor allerlei voorzieningen als winkels, artsen enz. is daarom ruimtelijk vergroot.  De voorzieningen in de Noordoostpolder brokkelen niet af omdat de dorpen zo klein blijven, maar omdat er te weinig mensen binnen het territorium van de voorzieningen wonen.


En daarmee reikt de invloedssfeer van steden en dorpen steeds verder tot in het platteland.
Nergens in Nederland is de scheiding tussen platteland met alleen boeren en plekken waar ook andere burgers wonen zo scherp als hier. Maatregelen die elders in het land dienen om de laatste boeren tegen de oprukkende burgers te verdedigen zijn hier juist contraproductief:  ze weerhouden de stedelingen ervan het platteland als aangename verblijfplaats te zien en te gebruiken. Settlements, lintbebouwing, buurtschappen, bijzondere vestigingen: in Flevoland zijn die er niet. En daarmee is Flevoland recreatief gezien een armoeland, terwijl bovendien een groot deel van de woningzoekenden ( via doorstroming!) graag een dergelijke woning zou betrekken.

Flevoland staat in zekere zin voor een tweesprong.

Gaat het verder door met het aanbrengen van de zoveelste rand om de paar plaatsen die er zijn ( ook dat kun je een vorm van witte schimmel noemen) of wordt  het potentieel benut wat er in overdaad is: de plattelandsruimte.

Henk Nijenhuis


print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave



online netwerken

Lokaal


Landelijk




Agenda

Bijeenkomst in Dronten met Pia Dijkstra!

21-5-2012D66 Dronten organiseert op 21 mei een gezellige bijeenkomst in de Meerpaal. Tijdens deze avond zijn Pia Dijkstra, vers...
Lees meer
RSS