Verkeer & Bereikbaarheid
Flevoland, kwetsbare kern van Nederland
Flevoland ligt in het midden van Nederland, evenals Utrecht. Dat biedt voordelen: iedereen moet hier langs! nu vooral op weg van de Randstad naar het noorden of vanuit Noord-Holland naar het oosten, maar ook vanuit het noorden naar het zuiden passeren ze Flevoland. En daarbij hebben we ook nog een voordeel boven Utrecht: we hebben de ruimte en die is nog goedkoop ook!
Er dreigt wel een gevaar, als iedereen onze provincie alleen als passeerbaar beziet, zonder hier iets van zijn of haar gading te vinden, houden we er zelf buiten stank en lawaai en asfaltbanen maar weinig aan over. We moeten daarom niet inzetten op logistieke bedrijven, maar juist zaken aanbieden waar veel mensen op af komen. Een uitgebreid vliegveld Lelystad kan bijvoorbeeld veel mensen hier heen trekken, en ook het imago van Flevoland en Lelystad fors verbeteren.
De verbindingen naar buiten
Tegelijk is ons wegensysteem heel kwetsbaar. Omdat de hele provincie als het ware op een eiland of schiereiland ligt, zijn de verbindingen naar buiten op ongeveer twee handen te tellen. en zeker het zuidelijke deel, waar veel mensen wonen, is slecht bedeeld. Er zijn ook geen sluipweggetjes, alternatieve routes, lokale laantjes. Het water zit bijna altijd in de weg!
Ook een alternatief, het spoor, biedt geen soelaas. We hebben op dit moment maar een lijntje, de Flevolijn van Weesp naar Lelystad. Daar komt over twee jaar een tweede bij, als de Hanzelijn in gebruik wordt genomen van Lelystad naar Kampen. Weliswaar gaan er dan meer treinen rijden, zodra ergens op de route een opstopping plaatsvindt, staat alles stil! Wat als op de Hollandse brug een vrachtwagen in brand vliegt? En de wind net richting spoorlijn staat?
Over de bussen zullen we het maar helemaal niet hebben. Vaak moeten de interlokale bussen zich door het overige verkeer wringen, en een goed alternatief voor de trein of de eigen auto bieden ze nauwelijks. Ook zit er altijd tijdverlies in het overstappen.
Het interne netwerk
Ook binnen de provincie is het wegensysteem niet toereikend.
Het hoofdwegennet is kwetsbaar: Als de A6 wordt geblokkeerd is er geen goed
alternatief. De omleidingsroute loopt over de Veluwe en de A50! Hoog tijd om de
Stichtse weg op te waarderen tot vierbaans autoweg vanaf de Stichtse brug tot
Dronten. Als ook de nieuwe N23 van Lelystad naar Kampen van voldoende formaat
is, dus geen tweebaans autoweg maar een vierbaans, zijn er veel meer
mogelijkheden om een opstopping ergens op te vangen. Bovendien wordt er meer
evenwicht gebracht in de benutting van het provinciale gebied. De oostrand kan
dan veel beter worden ontsloten voor de recreatie, waardoor daar veel
toeristische mogelijkheden opdoemen.
De nieuwe brug in de A50 over de IJssel vormt een alternatief voor de Ketelbrug, waardoor de aansluiting van de Noordoostpolder naar het westen wel gewaarborgd is. Naar het noorden en oosten toe zijn er gelukkig voldoende wegen van lagere orde, waardoor bij een probleem met de A6 ten noorden van Emmeloord het verkeer wel een gaatje vindt. De Noordoostpolder is sowieso wel voldoende voorzien van alternatieve routes, het is een mooi fietsgebied, mits er een goede manier wordt gevonden voor auto’s, landbouwverkeer en fietsers om de wegen te delen. De kleinschaligheid biedt recreatieve kansen!
De zuidelijke helft van Flevoland heeft het aanzienlijk moeilijker. Er zijn veel landbouwwegen en te weinig doorgaande wegen. Het aantal wegen van elk formaat dat Almere uitgaat is 9, erg weinig voor een stad van bijna 200.000 inwoners! Zeewolde heeft maar 5 uitgangen, Lelystad 6. Ook recreatief geeft dat weinig mogelijkheden: er zijn weinig fietsroutes die bovendien vaak nogal lang, recht en saai zijn.
De toekomst
Al met al wordt het tijd dat de provincie haar aandacht verlegt van de grotere verbindingen naar het ondersteunende netwerk. De grotere verbindingen worden vaak gebruikt om door onze provincie heen te rijden, de kleinere om binnen onze provincie ergens heen te gaan. Zonder deze infrastructuur hebben we gewoon minder kans op een goede benutting van onze open ruimte.
Ook hebben we een probleem met het openbaar vervoer. Onze provincie, en zeker het buitengebied, is zo dun bevolkt dat er te weinig emplooi is voor een goed sluitend busnet. De buslijnen bieden vooral vervoer van grotere plaats naar grotere plaats. Als een plaats niet groot genoeg is raakt hij geïsoleerd! Daarom kun je Flevoland karakteriseren als een autogebied bij uitstek.
Aanleg van meer directe routes van plaats naar plaats, en meer mogelijkheden voor bouw en ontwikkeling op het platteland, geven meer draagvlak voor buslijnen daarmee voor verbetering van het openbaar vervoersnet.
Tenslotte nog eventuele andere manieren van vervoer: pontjes naar de overkant zijn alleen daar zinvol waar grotere plaatsen in Flevoland liggen tegenover andere grotere plaatsen Zeewolde tegenover Harderwijk, Almere Haven tegenover Huizen) en dan vooral voor leerlingenvervoer, en daarnaast alleen in het toeristenseizoen op leuke plekken in landelijke fietsroutes ( mogelijk Ketelhaven/Schokkerhaven of Biddinghuizen/Nijkerk). Dan moeten de routes daar wel langs lopen.
Vervoer over water heeft niet veel zin, omdat het geen goed alternatief biedt vanwege de grote afstanden die afgelegd moeten worden. De auto wint dan bijna altijd.
En vervoer door de lucht, afgezien van vliegveld Lelystad? Toekomstdromen. Tenzij je een hogesnelheidsverbinding op palen als laagvliegen zou willen betitelen.
Henk Nijenhuis
8 november 2010



word lid







